Een jonge man met een oude ziel; dat is Michiel Bakker in een notendop. En dat blijkt ook uit zijn boek Een leven bleek niet lang genoeg. Een tachtigjarige man blikt in brieven aan zijn eerste liefde, Marianne, terug op zijn leven. Hij filosofeert over het leven, de dood, God, tijd en de liefde.

Wat het resultaat van deze mijmeringen is, zullen we hier niet uit de doeken doen, maar alleen de weg ernaar toe is al de moeite waard. Met zijn prachtige poëtische bewoordingen laat de schrijver ons genieten van taal en nieuwe gedachten. Met de eerste zin wordt de lezer meteen gegrepen door Bakkers stijl: ‘De dag waarop mijn koude en verstilde lichaam nog op bed zal liggen nadat het morgenlicht reeds tot een middag is geworden, dient zich aan.’ En hij laat je niet los voor het laatste woord gesproken is.

De tijd heeft geen getal en geen maat, Marianne; maar voor ons raakte hij op. Ergens in een hemel hier ver vandaan is, op de dag dat wij elkaar ontmoetten, een zandloper gezet. Juist toen de laatste korrel viel, lieten onze handen los en zweefden beiden verder in het niets. De tijd geeft ons geen gelegenheid om hem vragen te stellen. Hij heeft geen ogen waarin we kunnen kijken om te zien of hij de waarheid spreekt. Hij heeft geen naam waarmee we hem kunnen roepen, en hij heeft geen god waarbij we hem kunnen laten zweren. Hij heeft geen taal of teken; hij tikt slechts.

(Uit: Een leven bleek niet lang genoeg)

Close

Cart

Geen producten in je winkelmand.